Zorgvrijstelling voor toepassing van vennootschapsbelasting vanaf 1-1-2019

Artikel
Zorgvrijstelling voor toepassing van vennootschapsbelasting vanaf 1-1-2019

Zorgvrijstelling voor toepassing van vennootschapsbelasting vanaf 1-1-2019

Artikel

Laatste update: 30 september 2019
Gepubliceerd: 30 september 2019

Al in 2012 werd aangegeven dat de zorgvrijstelling, die bepaalde zorginstellingen vrijstelt van de heffing van vennootschapsbelasting, kritisch zou worden beoordeeld. Zeven jaar later wordt het resultaat van een aantal onderzoeken in de zorg gepubliceerd. Naar verwachting zal het voortbestaan van de zorgvrijstelling aan de conclusies van deze onderzoeken zijn verbonden.

Vooralsnog is de zorgvrijstelling echter niet afgeschaft. Voor toepassing van deze vrijstelling gelden twee eisen: de zogenoemde ‘werkzaamhedeneis’ en de ‘winstbestemmingseis’. In een recent besluit heeft de Staatssecretaris nadere invulling aan deze vereisten gegeven.

Werkzaamhedeneis

Om aan de werkzaamhedeneis te voldoen, moet een zorginstelling volgens de wet ‘nagenoeg uitsluitend’ – lees: voor 90% of meer – werkzaamheden verrichten, die bestaan uit ‘genezen, verplegen of verzorgen’ (hierna: zorgwerkzaamheden). Nieuw in het besluit is dat zowel het verlenen van psychische zorg als ‘zorg gerelateerde’ preventiewerkzaamheden kwalificeren als zorgwerkzaamheden.

Volgens het Besluit is het noodzakelijk dat de zorginstelling zich rechtstreeks tegenover de zorgvragers verplicht de gevraagde zorg te verlenen. De zorgwerkzaamheden zullen derhalve door – al dan niet ingehuurd – personeel van de zorginstelling moeten worden verricht. De Staatssecretaris geeft hiermee invulling aan jurisprudentie van de Hoge Raad. In de vakliteratuur wordt echter de stelling ingenomen dat het toereikend zou moeten zijn, wanneer de zorginstelling erin slaagt bij de zorgvrager het beeld te creëren dat zij de zorgwerkzaamheden zelf verricht.

In het besluit zijn een aantal specifieke categorieën zorglichamen apart behandeld. Zo kunnen apotheken, arbodiensten en re-integratiebedrijven per definitie niet gebruikmaken van de zorgvrijstelling. Re-integratiewerkzaamheden van sociale werkbedrijven kwalificeren dus niet als zorgwerkzaamheid. Daarnaast stelt de Staatssecretaris dat bepaalde zorgverleners aan specifieke vereisten moet voldoen.

Winstbestemmingseis

Naast de werkzaamhedeneis moet ook aan de winstbestemmingseis worden voldaan. Deze eis houdt in dat de zorginstelling eventuele winsten kan aanwenden ten bate van een vrijgestelde zorginstelling of een ‘algemeen maatschappelijk belang’. Voor de uitleg van dit laatste begrip wordt aangesloten bij de definitie van een ANBI. Het houden of financieren van een deelneming, die een vrijgestelde zorginstelling is, is voor de toepassing van de winstbestemmingseis toegestaan. Let wel op: het houden of financieren van een deelneming kwalificeert voor de beoordeling van de werkzaamhedeneis niet als zorgwerkzaamheid.

De winstbestemmingseis geldt alleen voor privaatrechtelijke lichamen. Voor zorgverleners die hun werkzaamheden via een zorg-bv uitoefenen worden in het besluit specifieke vereisten uitgewerkt, omdat de Staatssecretaris het statutair beperken van winstuitkeringen onvoldoende acht om te voldoen aan de winstbestemmingseis. Deze specifieke vereisten houden in dat de zorg-bv een onafhankelijk toezichthoudend orgaan moet hebben en alle aandelen in het bezit moeten zijn van een publiekrechtelijk lichaam, een ANBI, een vrijgestelde zorgstichting of een stichting die aan extra voorwaarden voldoet.

De winstbestemmingseis is van toepassing op zowel de jaarwinst als het liquidatiesaldo van het lichaam. Wanneer een zorg-bv niet (langer) aan de winstbestemmingseis voldoet, leidt dit overigens alleen tot vennootschapsbelastingplicht in toekomstige jaren. Er is geen sprake van terugwerkende kracht naar jaren waarin de winsten wel waren vrijgesteld.

‘Alles of niets’-bepaling en overgangsrecht

Tot slot heeft de Staatssecretaris in het besluit nogmaals benadrukt dat de zorgvrijstelling een zogenoemde ‘alles of niets’-bepaling is. Wanneer voor minder dan 90% aan de werkzaamhedeneis wordt voldaan, worden alle activiteiten van de zorginstellingen in de heffing van vennootschapsbelasting betrokken. Buitenlandse zorginstellingen kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van overgangsrecht. Zij moeten dan uiterlijk 31 december 2020 aan de nieuwe voorwaarden voldoen.

In het besluit heeft de Staatssecretaris nadere invulling gegeven aan de in de praktijk opgekomen vragen betreffende de toepassing van de zorgvrijstelling. Met name ten aanzien van de werkzaamhedeneis en de winstbestemmingseis. Voor een aantal specifieke zorgverleners zijn bijzondere eisen vastgelegd. Daarnaast geldt voor zorg-bv’s en hun aandeelhouders dat zij aan een aantal vereisten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de zorgvrijstelling.

Twijfelt u of u voldoet aan de voorwaarden voor de zorgvrijstelling of wilt u meer informatie over het besluit? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.