Afdrachtvermindering onderwijs vervangen door beperktere regeling

Artikel
Onderwijs

Afdrachtvermindering onderwijs vervangen door beperktere regeling

Artikel

Laatste update: 24 mei 2018
Gepubliceerd: 24 september 2013

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft een nieuw subsidiesysteem voorgesteld aan de Tweede Kamer. Dit moet de Afdrachtvermindering onderwijs (WVAOW) vervangen. Het is de bedoeling dat de subsidieregeling, waarvoor 200 miljoen is gereserveerd, per 1 januari 2014 ingaat.

Het ministerie is tot dit nieuwe systeem gekomen doordat de kosten van de WVAOW verdubbelden de afgelopen vijf jaar naar zo’n € 400 miljoen, mede door oneigenlijk gebruik. De nieuwe subsidieregeling zal zich vooral richten op groepen in een kwetsbare positie waar bijvoorbeeld jeugdwerkeloosheid een groot probleem is, op sectoren waarin knelpunten in de personele voorziening wordt verwacht en op wetenschappelijk personeel dat onmisbaar is voor de kenniseconomie.

Nieuw situatie 

In de nieuwe situatie is de subsidie alleen bedoeld voor de volgende doelgroepen:

  1. deelnemers in het mbo die een opleiding volgen in de beroepsbegeleidende Leerweg;
  2. studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief agro), bestaande uit een combinatie van leren en werken.
  3. werknemers die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een onderzoeksinstituut om zich verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of technologisch ontwerper;
  4. werknemers die een promotieonderzoek doen op grondslag van een overeenkomst tussen die organisatie en een universiteit.

Huidige situatie 

Op dit moment komen 8 categorieën werknemers en leerlingen in aanmerking voor de afdrachtvermindering onderwijs. Dit zijn:

  1. werknemers die de beroepspraktijkvorming volgen van de beroepsbegeleidende leerweg;
  2. werknemers die zijn aangesteld als assistent in opleiding, als promovendus bij een universiteit of als onderzoeker in opleiding;
  3. werknemers die zijn aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO;
  4. werknemers die werken in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs;
  5. werknemers die voormalige werklozen waren en die aangewezen scholing volgen om op startkwalificatieniveau te komen;
  6. leerlingen die een leer-werktraject volgen in het 3e of 4e leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs;
  7. stagiairs die minstens 2 maanden lang een stage volgen voor een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2;
  8. werknemers die een procedure Erkenning verworven competentie (EVC-procedure) volgen bij een erkende EVC-aanbieder.