Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA)

Op 1 mei 2016 is de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) ingegaan. Deze wet verving daarmee de VAR (verklaring arbeidsrelatie). Het doel was om schijnzelfstandigheid te bestrijden en ook opdrachtgevers verantwoordelijk te maken voor de juiste afdracht van premies en belastingen. In de Wet DBA is daarom opgenomen dat zzp’ers en opdrachtgevers in een overeenkomst moeten vastleggen dat er sprake is van een opdrachtgever en een opdrachtnemer, en niet van een dienstbetrekking.

De wet is omstreden vanwege de onduidelijkheid rondom de modelovereenkomsten en het handhaven hiervan. Het kabinet zet daarom in op een nieuwe wet die op 1 januari 2021 in werking moet treden. Deze wet moet meer ruimte geven voor zzp’er en opdrachtgever. Toch wordt er sinds 1 januari wel gehandhaafd op de wet dba. Dat betekent dat de Belastingdienst correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen kunnen opleggen, eventueel met een boete. Dit gebeurt alleen als we u als kwaadwillend zien of als we u aanwijzingen hebben gegeven die u niet opvolgt.

 

Wanneer bent u kwaadwillend?

Dat bent u als u ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking’. De Belastingdienst moet dan bewijzen dat er sprake is van 3 dingen:

  • Een (fictieve) dienstbetrekking
  • Evidente schijnzelfstandigheid
  • Opzettelijke schijnzelfstandigheid